Tom is boos
Ik heb een afspraak met Lia, een leuke vrouw van 31 jaar. Ze is gescheiden en het contact met haar ex-man verloopt moeizaam. Ze heeft een dochter van 3 en een zoon van 5 jaar. Haar zoon Tom is de laatste tijd erg boos. Lia maakt zich zorgen om hem, want voorheen was Tom een heel rustig kind. Ook weet ze niet goed hoe ze met Tom’s boosheid om moet gaan. Ze komt naar Praktijk Trotse Moeders, omdat ze een oplossing wil vinden.
Over familie, familiepatronen en familieopstellingen.
Heb je wel gezien dat ik gestofzuigd heb?
Heb je wel gezien dat ik gestofzuigd heb? (Was veel werk hoor!)
Ik heb je kamer opgeruimd. (Fijn hè, dat je er nu weer kan lopen!)
Speciaal voor jou heb ik stoofvlees bij de slager gehaald. (Lief van me, hè?)
Hier heb je je schone t-shirts. (Als je mij toch niet had….)
Ik snak naar waardering. Ik laat zelfs de stoelen ondersteboven op de tafel staan, zodat Man ziet dat ik gestofzuigd heb. Kinderachtig hè?
Die behoefte aan waardering is inderdaad ‘kinder-achtig’. Het kan best zijn dat ik die al meedraag sinds mijn vroege jeugd. Toen ik het gevoel had ‘iets tekort’ te komen. Mijn ouders hadden het druk, er waren 6 kinderen en ook nog opa die vlakbij woonde en zorg nodig had. De afwas met de hand, de was vaak ook. We hadden geen auto, dus alles lopend of met de fiets. Geen wonder
Mag ik bij jou slapen?
Als Man nachtdienst had, was dit vaak een vraag van Dochter. Papa werkt, dus er is ruimte genoeg in het grote bed. Nou vond ik dat altijd erg gezellig, dus prima, kom maar! Lekker knus en warm. Kreeg ik wél regelmatig verbaasde of zelfs misprijzende blikken van mijn omgeving: Zou je dat wel doen? Is dat wel verstandig? Ze is toch al 3, 5, 7, 11?
Lees verder →