Het is niet wat het lijkt. We laten vaak niet het achterste van onze tong zien.
‘Het gaat prima’ (terwijl we doodmoe zijn).
‘Leuk, de stiefkinderen komen zo’ (terwijl we er helemaal geen zin in hebben).
‘Ja hoor, het gaat goed met ons’ (terwijl we net ruzie gemaakt hebben).
‘Druk, druk, druk op het werk’ (terwijl we met smart op klanten wachten).
‘De vakantie is super!’ (terwijl het te warm, te druk en te veel gedoe is).
Eigenlijk gaat het niet om het ‘achterste van onze tong’, maar om het ‘binnenste van ons hart’. Dát is wat vaak niet naar buiten komt.
We willen ons ‘beter, groter, mooier’ voordoen dan we zijn. Dat hebben we ons al vroeg aangeleerd. Om (onbewust) aan de verwachtingen van anderen te voldoen. Meestal die van onze ouders, andere familieleden of de juf op school.
We willen onze sores vóór ons houden, we willen anderen er niet mee lastig vallen. We zijn bang dat anderen ons dan niet leuk, interessant en aardig vinden.
Dus is het vaak niet wat het lijkt, maar een illusie. Soms is het prima om die illusie te tonen, maar meestal gaat het je belemmeren in je doen en laten. Dan voelt het als een opluchting om wél het achterste van je tong te laten zien, en het binnenste van je hart.
Over overlevingspatronen kun je lezen in de gratis checklist ‘Een muurtje om je heen’
Wil je over dit thema (of over ouderschap/opvoeden) je hart luchten, je ervaring delen, tips krijgen?
Plan een gratis telefonisch meedenkgesprek met mij.

Geef een reactie